
Conservator wil ook herkomst vaststellen met onderzoek naar unieke zwaarden in NMM Soesterberg
18 mei 2026 om 19:38 HistorieSOESTERBERG Een primeur voor Nederland: nog nooit zijn zoveel tweehandszwaarden bij elkaar gebracht in Nederland als voor een onderzoek in het Nationaal Militair Museum (NMM) naar herkomst en samenstelling. De studie wordt uitgevoerd door conservator Jeroen Punt. Daarvoor gebruikt hij onder meer röntgenstralen.
Door Jan van Steendelaar
Onderdeel van het groot tweehandszwaardenonderzoek is de studie naar de mogelijke productieplaats van de zwaarden. In het blad van de zwaarden staan soms makersmerken geslagen. Hierdoor valt te achterhalen door wie het zwaard – of in ieder geval het zwaardblad – gemaakt is. Soms staan er ook initialen in de makersmerken. Deze kunnen iets zeggen over door wie dit merk gebruikt werd. Ook zijn sommige makersmerken bekend uit archiefstukken.
VERMOEDEN DAT ER TWEE BELANGRIJKE PRODUCTIEPLAATSEN WAREN
Door deze makersmerken te combineren met bepaalde zwaardbladvormen, heeft Punt het sterke vermoeden dat er twee belangrijke productieplaatsen moeten zijn geweest: één rond Keulen (Duitsland) en één rond Neurenberg (Zuid-Duitsland). Om dit te bewijzen of juist onderuit te halen, heeft hij hulp van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (Bertil van Os, materiaalspecialist) en de Universiteit Leiden (Allard de Bie, masterstudent archeologie) ingeroepen.
SAMENSTELLING MATERIALEN METEN MET RÖNTGENSTRALEN
Om meer inzicht te krijgen in de productieplaats van de zwaarden hebben beide specialisten een onderzoeksmethode toegepast, waarbij, door middel van röntgenstralen, de samenstelling van materialen gemeten kan worden. De hoop is dat de zwaarden uit de twee mogelijke productieplaatsen (Keulen en Neurenberg) een verschillende samenstelling hebben. In dat geval kan namelijk het vermoeden van twee productieplaatsen worden bevestigd.
Punt hoopt bijvoorbeeld dat gebruik is gemaakt van een ander ijzererts of dat er andere productiemethoden zijn gebruikt en dat het onderzoek met röntgenstralen deze verschillen op kunnen pikken.
MEER DAN EEN HANDJEVOL ZWAARDEN METEN
Om goed onderzoek te doen, moet er méér dan een handjevol zwaarden gemeten worden met röntgenstralen. Alleen dan krijgt de onderzoeker een goed beeld van de mogelijke verschillen in samenstelling van het ijzer. Met dit soort onderzoeken is de vuistregel ‘hoe meer metingen, hoe beter’, zodat er ook echt een (statistisch) patroon herkend kan worden.
Het Nationaal Militair Museum heeft niet genoeg tweehandszwaarden in de eigen collectie om het onderzoek goed te doen. Daarnaast zijn de zwaarden in de museumcollectie waarschijnlijk bijna allemaal in Zuid-Duitsland gemaakt en ontbreken dus Noord-Duitse zwaarden.
HULP INROEPEN VAN ANDERE COLLECTIES
Omdat een bredere mix aan zwaarden nodig was, is de hulp ingeroepen van andere collecties. Het NMM heeft zwaarden van Museum Oldenzaal, Museum Sloten (waar NMM-medewerkers acht zwaarden op zolder vonden), Westfries Museum (Hoorn), en Ostfriesisches Landesmuseum Emden (Duitsland) mogen lenen voor het onderzoek. In totaal konden daardoor meer dan vijftig zwaarden onderzocht worden, een primeur.
Allard Punt schrijft zijn masterscriptie over dit onderzoek en hoopt deze zomer de eerste resultaten te hebben. Maar alleen al met het samenbrengen van alle zwaarden zijn nieuwe inzichten opgedaan.
MEER DAN 50 TWEEHANDS-ZWAARDEN ONDERZOCHT
In het depot van Nationaal Militair Museum werden meer dan vijftig tweehandszwaarden uit heel Nederland onderzocht. Nog nooit zijn in het land zoveel tweehandszwaarden bij elkaar gebracht.
Het NMM is van dinsdag tot en met zondag van 10.00 tot 17.00 uur geopend, ook met Pinksteren.














