Afbeelding
Privé archief

Bommen op Soesterberg: Geallieerden raakten vooral veel burgers

lokaal

SOESTERBERG Hij woont al jaren in Brazilië, maar Richard de Mos blijft geïnteresseerd in de geschiedenis. Voor hem en vrienden van Stichting Legerplaats Soesterberg 1939-1945 is maart bijzonder vanwege de twee zwaarste bombardementen op Soesterberg, nu 75 jaar geleden.

Jan van Steendelaar

Ondanks dat Fliegerhorst Soesterberg, de naam van het vliegveld gedurende de Duitse bezetting, en de militaire terreinen eromheen bekend waren bij de geallieerde inlichtingendiensten, werden er in de eerste oorlogsjaren slechts enkele kleinschalige bombardementen en aanvallen uitgevoerd. Meestal met slechts twee of drie lichte bommenwerpers. Pas op 8 maart 1944 was het 'Duitse' vliegveld, samen met Volkel, 's morgens het doelwit van een zware geallieerde aanval door 47 van de 133 uitgestuurde B-26 Marauder bommenwerpers.

In de middag werd door 73 van de op pad gestuurde 93 toestellen een tweede aanval op Soesterberg uitgevoerd. Daarbij ging de escorterende Spitfire met de Noorse piloot R. Hoiland verloren. Het toestel stortte neer bij Woudenberg.
Boven Soesterberg werden 5.000 bommen van elk 9 kilo, 700 bommen van 150 en 250 kilo en 300 brandbommen gelost. Geraakt werden hoofdzakelijk de onderkomens aan de rand van het rolveld. Er ontstond schade aan hangaars en gebouwen, twee spoorwegtankwagons brandden uit en er werden vijf vliegtuigen vernield. In de avond kon er weer beperkt gevlogen worden. Voor zover bekend verloren zestien soldaten en twee rijksduitsers het leven, evenals twintig Nederlandse burgers, onder wie acht arbeiders uit Kamp Amersfoort

Het bombardement in de ochtend was gericht op het vliegveld en richtte voornamelijk daar schade aan, maar er vielen ook bommen in Bosch en Duin. Villa Dennenhof op de Vossenlaan 11 werd door een voltreffer totaal verwoest waarbij de 27-jarige bewoonster en haar twee kinderen van 3 en 5 jaar omkwamen. Tevens werden de panden Baarnscheweg 20 en 22 flink beschadigd. Bij de aanval in de middag vielen ook bommen in de buurt van de spoorlijn bij Den Dolder. Enkele Nederlandse arbeiders daar werden dodelijk getroffen. Tevens lieten bommenwerpers bommen los in de lijn van de Amersfoortsestraat ter hoogte van de Dumoulinkazerne. Onzeker is of de kazerne het bewuste doel was of dat de straat ten onrechte werd aangezien als rolbaan van de vliegbasis, zoals er meer liepen iets ten noorden op het terrein van de Vlasakkers. De kazerne kreeg slechts lichte schade door scherfinslagen, maar villa´s in de directe omgeving kregen voltreffers te verduren.

Het lot wilde ook dat er net op dat moment een vrachtwagen met open laadbak gevangenen vervoerde van vliegbasis Soesterberg naar Kamp Amersfoort. Zij werden dagelijks tewerkgesteld op de vliegbasis. Onderweg terug naar het Kamp doodde een ontploffende bom ter hoogte van de Dumoulinkazerne een aantal gevangenen. Enkele overlevenden grepen de chaos aan om te ontsnappen. Ze renden het beboste perceel in naar de woning van mevrouw Kluft. Ze gaf de gevangenen kleding van haar overleden man en zo konden ze ontsnappen.

Onder bewoners van de getroffen villa's aan de Amersfoortsestraat was sprake van groot persoonlijk leed, zoals bij de familie Bosch die aan de Amersfoortsestraat 78 woonde, net naast de kazerne. In de jaren '30 was Bosch wachtmeester-vlieger bij de Luchtvaart Afdeling van het Nederlandse Leger en voerde experimentele vluchten uit op IJsland. Na zijn missie liet Bosch in 1935 een dubbel huis bouwen op de Amersfoortsestraat met de nummers 78d en 78e. Het echtpaar Bosch en hun twee kinderen betrokken het gedeelte 78e. Op 8 maart 1944 werd die woningkeuze hem fataal. Bij de middagaanval op het oostelijke gedeelte van de vliegbasis werd het huis getroffen. Bosch zelf werd dodelijk getroffen. Zijn vrouw zocht dekking achter een bank en overleefde de bomexplosie. Wel werd haar rug doorboord met kleine splinters. Hun kinderen waren op het moment van de aanval niet thuis.

Mevrouw Bosch rende in paniek naar haar buurvrouw, mevrouw Kluft die eerder gevangenen had geholpen om te ontsnappen. Haar echtgenoot was in 1943 overleden aan een hartaanval. Bij het grote bombardement op 8 maart 1944 schuilde mevrouw Kluft in de schuilkelder die ze al in het begin van de oorlog gebouwd hadden in de tuin voor hun huis. Ondanks de vele bommen in de directe omgeving raakte het huis niet beschadigd.

Aan de overkant van de weg woonde op nummer 73 de familie Blom. Het huis werd op 8 maart 1944 beschadigd door het bombardement waarbij mevrouw Blom gewond raakte. De dochters renden op een stil moment met de kinderjuf naar de tegenoverliggende kazerne. Daar aangekomen was er niemand te zien, maar even later werden ze met gemopper een schuilkelder ingetrokken. In de directe omgeving van de kazerne werden meer huizen getroffen. Onbekend is of en hoeveel inwoners, buiten de heer Bosch om, daarbij zijn omgekomen.

Nadat bleek dat de vliegbasis vrijwel direct na de grote aanvallen weer operationeel was, werd negen dagen later, op 17 maart 1944, nog een bombardement op kleinere schaal uitgevoerd. Fliegerhorst werd opnieuw door bommenwerpers aangevallen. Van een hoogte van 1.800 tot 3.000 voet werd om 16:00 uur in duikvlucht zeven ton aan brisantbommen afgeworpen. De schade van de veertig bommen was gering: slechts één voltreffer op een onderkomen.

Nadat vertrekkende Duitsers in 1945 de vliegbasis grotendeels hadden verwoest, was de basis pas op 15 augustus 1951 weer operationeel.

Het was natuurlijk niet de bedoeling, maar 75 jaar geleden vielen er ook burgerslachtoffers.
advertentie
advertentie