Het harnas van de hertog, een van de laatste feodale vorsten van de Nederlanden, is volgens conservator Jeroen Punt van het NMM waarschijnlijk al in 1538 in de kerk geplaatst. Daar heeft het altijd gestaan, maar in de Tweede Wereldoorlog is tijdens de operatie Market Garden de Eusebiuskerk volledig in puin geschoten. Een jaar na het bombardement zijn de resten van het harnas uit de puinhopen gehaald. Het oorspronkelijke beeld is verloren gegaan. Het huidige gezicht in het harnas is een afgietsel van het bronzen beeld identiek aan het beeld in het Gemeentemuseum in Arnhem. 

MERKTEKENS Het harnas is dus wel bewaard gebleven. De wapenrok is een reconstructie. De eerste, van na de oorlog, was niet helemaal correct, het huidige is dat wel. Punt vertelde tal van wetenswaardigheden over het harnas, dat merktekens heeft op de borst- en de rugplaat en de beenstukken. ,,Helaas hebben we die merktekens niet kunnen linken aan de smid”, aldus Punt. In de jaren ’60 is het harnas gerestaureerd. Een paar jaar geleden werd duidelijk dat het ging roesten en daarom werd tot een nieuwe restauratie besloten. 

Het harnas is het oudste nog intact gebleven harnas van Nederland. Het bijzondere is dat zowel de drager als de maker ervan bekend zijn. De hertog droeg het tijdens zijn strijd voor de onafhankelijkheid van Gelre; de maker was Jan van Calis die evenals Karel van Gelre in de Eusebiuskerk begraven ligt.

DICHTBIJ Als de restauratie van de Eusebiuskerk eind dit jaar is afgerond gaan harnas en beeld van de biddende hertog terug naar Arnhem, naar hun plek op vijf meter hoogte boven het praalgraf van de hertog. Het is in de zestig jaar dat het in de kerk heeft gehangen niet eerder van zo dichtbij te zien als vanaf vandaag op een prominente plek en goed beschermd in een vitrinekast in het NMM. Geheel gerestaureerd, want de restauratie van de Eusebiuskerk maakte het mogelijk ook het harnas onder handen te namen waar het dringend aan toe was. In Amsterdam voorzag Michiel Langeveld het in zijn atelier onder meer van een nieuwe wapenrok omdat de oude verkleurd en versleten was.

INVLOED OP SOEST Het is te vergezocht om te beweren dat Karel van Gelre ook invloed heeft gehad op de geschiedenis van Soest. Indirect is dat echter wel het geval door zijn beruchtste krijgsheer, Maarten van Rossem. De hertog verstond de kunst zich altijd te laten omringen door mensen ,,van wier gehechtheid hij verzekerd was en van wie hij het beste kon verwachten". Maarten van Rossem was een van degenen die zijn aandacht had getrokken. Hij werd benoemd tot ,,de hoogste posten en waardigheden".

IN BRAND Van Rossem, die zeer werd gevreesd voor de nietsontziende manier waarop hij oorlog voerde en in zijn lange carrière zijn lijfspreuk ,,Blaken en branden is het sieraad van de oorlog" veelvuldig in praktijk bracht, heeft halverwege de zestiende eeuw ook in Soest aangevallen, geplunderd en in brand gezet. Op zijn tocht naar Amersfoort verwoestte hij het klooster Mariënhof aan de Birkstraat, waar de in 1951 afgebrande boerderij Het lange Huis werd gebouwd.

Dit deel van de geschiedenis kwam maandag niet aan de orde bij de plaatsing van harnas en beeld in een vitrinekast. Dat gebeurde door restaurateur Michiel Langeveld uit Amsterdam en directeur Meike Verhagen van de Eusebiuskerk. Met ingang van woensdag kunnen bezoekers het harnas bekijken.

door Jan van Steendelaar

Steendelaar
Foto: Steendelaar
Steendelaar
Foto: Steendelaar