Jan van Steendelaar

Of er in alle boeken die tot nu toe over Koolhoven verschenen zijn zoveel niet aan de orde gekomen is dat een nieuw boek interessant genoeg is? Top: ,,M’n eerste boek heb ik erg moeten bekorten. De uitgever vond het te veel tekst en foto’s. Ik heb er zo’n zestig, zeventig foto’s moeten uithalen en ook veel tekst, dus ik was er zelf niet erg tevreden over. Alle gegevens die ik had, heb ik later aangevuld met alles wat ik nog tegenkwam. Bij elkaar is het zoveel stof dat nooit is gepubliceerd dat ik dacht: ik ga toch weer aan een nieuw boek beginnen.”

Hij werd daartoe ook min of meer aangezet door Rob Mulder van uitgeverij European Airlines. Hij stelde Top voor om samen een boek te schrijven over Koolhoven, maar dan met als onderwerp de technische weergave van alle Koolhoven-types, en in het Engels. Omdat hij zich jarenlang wel heeft verdiept in Koolhoven zelf maar niet in zijn vliegtuigen en daar dus onvoldoende van weet, zag hij daarvan af.

[FOTO'S] Top besloot aan een tweede boek over Koolhoven zelf te beginnen. Dat hij in het afgelopen jaar zo’n honderd foto’s kreeg van een kleinzoon van C.E. van ’t Groenewout, destijds commissaris van de N.V. Koolhoven, gevestigd op Waalhaven te Rotterdam, was een grote stimulans. Veertig van die onbekende foto’s zijn, met foto’s die door plaatsgebrek het eerste boek niet haalden, in het nieuwe boek opgenomen.

De in Zweden wonende Top, die nog regelmatig zijn geboorte- en jarenlange woonplaats Soesterberg bezoekt, heeft contact met de historische vereniging in Rotterdam omdat hij zijn nieuwste boek graag in die stad wil presenteren. Koolhoven N.V. heeft immers daar bestaan van 1926 tot het faillissement in 1956, tien jaar na het overlijden van de oprichter. Top’s eerste boek verscheen 25 jaar geleden op de 50e sterfdag van Koolhoven, zijn nieuwe boek wil hij op de 75e sterfdag presenteren.

[BESCHEIDEN BOEKJE] Dat Top zich als op jonge leeftijd voor de vliegerij interesseerde is niet zo verwonderlijk voor iemand die in Soesterberg niet ver van het vliegveld woonde. Hij las veel over de luchtvaart, waarbij het hem opviel dat er veel over Fokker werd geschreven, maar bijna nooit over Koolhoven. Hij vroeg zich af waarom niet. Begin jaren zestig bezocht hij onder anderen de weduwe Koolhoven en vroeger medewerkers. Zij konden antwoord geven op de meeste vragen die hij had. ,,Ik hoopte aan de hand hiervan een bescheiden boekje over Koolhoven te kunnen publiceren.” 

Het bleef ruim dertig jaar bij voornemen, totdat hij in 1987 tot de conclusie kwam dat hij inmiddels veel meer foto’s en documenten bezat dan hij vermoedde. Deze vormden de basis van een boek van 180 pagina’s en ruim 180 foto’s, uiteraard ook van Koolhoven-toestellen, waarvan de F.K. 51 in het Nationaal Militair Museum staat , en het tweede, van oude onderdelen gerestaureerd, de FK 23 Bantam, in het Rijksmuseum.