De plechtigheden bij de monumenten in Soest en Soesterberg waren maandagmorgen al in zeer beperkte kring gehouden, uiteraard vanwege de coronamaatregelen.  

'De grootste strijd sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog'. Zo omschrijft burgemeester Rob Metz de coronacrisis die volgens hem ertoe leidt dat we in een aangrijpende en angstige tijd leven. Metz zei dat tijdens zijn herdenkingsspeech op 4 mei.

,,Want hebben we het er de afgelopen jaren niet vaak met elkaar over gehad: koester je vrijheid, want onze vrijheid is niet vanzelfsprekend", aldus Metz in de speech die werd uitgezonden door Radio Soest. ,,We keken om ons heen en maakten ons grote zorgen: over de onvrijheid in landen niet eens zo ver bij ons vandaan, over de onverdraagzaamheid, de schrijnende vluchtelingenstromen, de brandhaarden, het oorlogsgeweld en de vele slachtoffers daarvan."

Maar we hebben hier niet te maken met een natie of een groepering die onze vrijheid en onze veiligheid bedreigt. De realiteit is dat het een virus is, dat ons en onze geliefden in gevaar brengt, onze samenleving ontwricht en de toekomst onzeker maakt."

Ook Metz had zich de viering van 75 jaar bevrijding anders voorgesteld. ,,Dat had een moment moeten worden om samen te vieren en met elkaar te herdenken. Maar voor ons aller veiligheid kan dat gewoon niet! Hoewel de bevrijdingsvlaggen wapperen en de tulpen uitbundig bloeien, vieren en herdenken wij dit jaar op gepaste afstand."

[VERTROUWEN] Hij ziet zich het verhaal van zijn grootvader die de Duitsers te slim af was, nu ineens met andere ogen. ,,De Duitsers hadden geen zin om gebukt door de zeer lage kelder te struinen en geloofden mijn opa, toen hij beweerde dat achterin, onder een zeildoek, aardappelen lagen. In werkelijkheid bevonden zich daar wapens voor het verzet. Hij nam een enorm risico. Hij had betrapt kunnen worden, opgepakt, opgesloten, of erger, gefusilleerd. Dat hij het toch deed, getuigt niet alleen van moed, maar ook van een enorm vertrouwen. Mijn grootvader liet de vijand binnen, in het volste vertrouwen dat hij hem aankon. Ik denk omdat hij – en met hem een groot deel van de Nederlandse bevolking - nooit de hoop heeft verloren, dat de vijand verslagen kon worden. En dat gaf de moed en de kracht om tegen hem op te staan. Dat is volgens mij wat wij nu kunnen leren van het verleden. We mogen de moed niet verliezen. We moeten hoop houden. We moeten samen deze strijd aangaan. Want dit gaat voorbij. Het verhaal van mijn grootvader geeft mij moed, geeft mij kracht om door te gaan in deze crisis."